theoriemetpraktijk 1

Wetenschap over rijles.

Ons brein werkt tijdens het rijden als een prisma. (zie illustratie)

Als ons brein in aanraking komt met snelheid van het voertuig, dan raken we ons evenwicht voor een groot gedeelte kwijt.
Als ons brein daarnaast informatie moet verwerken dan raken we in onbalans.

De snelheid van het voertuig is een onnatuurlijk proces waar rijbewijsleerlingen mee moeten leren omgaan.

Niet de vaardigheden en kennis over de verkeerstheorie, maar de rijlevel bepaald de houding van beginnende bestuurders later in het verkeer.

Auteur: Anjo Joostens

Hoe werkt het;

Een kind slingert met het stuur als het moet leren fietsen.
Voor het eerst komt het kind in aanraking met de snelheid van een fiets. Het kind wil in evenwicht blijven door op het stuur te concentreren. Tegelijkertijd moet er ook informatie verwerkt worden over de richting waar naar toe moet worden gefietst.

Zoals een kind tijdens het leren fietsen nog slingert met het stuur, zo is het ook met ons brein tijdens het leren rijden.
Inkomende informatie met snelheid, wordt in ons brein omgezet in meervoudige informatie. (zie illustratie)
Dat is de reden dat de rijbewijsleerling het gevoel heeft “alles tegelijk te moeten doen”

Het gedrag is de uitkomst van meervoudige informatie, maar niet de bron van het probleem.

Elke bezoeker van deze website wordt geacht kennis te nemen van de gebruiksvoorwaarden van Dutch Lapétus. Het raadplegen van deze website betekent dat de bezoeker deze gebruiksvoorwaarden begrijpt, aanvaardt en erdoor gebonden is.